Onderzoek

Mijn onderzoek is gericht op gezond ouder worden. Veroudering wordt vaak geassocieerd met achteruitgang. Er zijn echter ook ouderen die tot op zeer hoge leeftijd cognitief goed blijven functioneren. In mijn onderzoek wil ik bekijken welke factoren een rol spelen bij deze grote verschillen tussen mensen.

Films kijken om de hersenen te onderzoeken

Kunt u ook zo genieten van een leuke film ‘s avonds op de bank? In mijn onderzoek vraag ik mensen om een film te kijken. Zo kan ik bestuderen hoe de hersenen veranderen als mensen ouder worden. Uit onderzoek blijkt dat wanneer mensen dezelfde film kijken, de activiteit in hun hersenen gesynchroniseerd wordt. Die synchronisatie houdt in dat de hersenen van verschillende mensen deels hetzelfde reageren wanneer ze dezelfde film kijken. Door de hersenactiviteit van mensen te meten over de hele levensloop, terwijl ze naar dezelfde film kijken, kan ik onderzoeken welke hersengebieden hetzelfde blijven functioneren als mensen ouder worden en welke hersengebieden anders gaan reageren.

De eerste resultaten uit dit onderzoek laten zien dat er een aantal hersengebieden zijn die erg goed bestand blijken tegen de effecten van het ouder worden. Dit zijn hersengebieden die betrokken zijn bij de verwerking van taal, gebieden die betrokken zijn bij het aansturen van bewegingen en gebieden die bijdragen aan het verwerken van sociale situaties. Er zijn andere gebieden waarin de activiteit minder gesynchroniseerd is bij oudere mensen dan bij jongeren. In deze gebieden is de hersenactiviteit van ouderen mensen dus meer individueel en uniek. Dit zijn bijvoorbeeld gebieden die betrokken zijn bij het richten van de aandacht, bij geheugen en bij het leggen van links tussen de huidige input en gebeurtenissen in het verleden. Deze resultaten wijzen deels op de unieke ervaringen die ouderen opdoen over de levensloop waardoor ook hun reactie op nieuwe informatie gevormd wordt. Anderzijds wijst het ook op problemen die sommige ouderen ervaren met het richten van aandacht en met geheugen. Ik vond dan ook dat ouderen die meer gesynchroniseerde hersenactiviteit hadden in gebieden die betrokken zijn bij de aandacht, ook beter presteerden op taken waarbij aandacht erg belangrijk was en ook sneller konden reageren. Films zijn dus niet alleen leuk om te kijken, maar ook erg nuttig voor wetenschappelijk onderzoek.

 

Communicatie tussen hersengebieden

Het is gebleken dat juist communicatie tussen hersengebieden heel belangrijk is voor het functioneren van ouderen. Daarom heb ik in mijn onderzoek samen met collega’s gekeken naar veranderingen in de communicatie tussen hersengebieden die optreden als mensen ouder worden. Hiervoor gebruikten we fMRI-metingen.  Normaal gesproken zijn hersengebieden met elkaar verbonden in netwerken. Elk netwerk is gericht op een specifieke taak in de hersenen, zoals het verwerken van de informatie die via onze ogen binnenkomt of het plannen van onze bewegingen. Om optimaal te functioneren is het belangrijk dat de communicatie in elk hersennetwerk goed verloopt en dat het brein informatie efficiënt verspreidt over de verschillende netwerken. We hebben nu aanwijzingen gevonden dat deze hersennetwerken minder specifiek worden als mensen ouder worden. In vergelijking met jongeren hebben ouderen in twee hersennetwerken (het default mode netwerk en het somatomotorische netwerk) minder interne communicatie, terwijl de communicatie tussen de hersennetwerken juist toeneemt. Onderzoek van andere wetenschappers uit de Verenigde Staten heeft deze resultaten bevestigd en ook laten zien dat deze verandering in communicatie tussen hersengebieden een rol zou kunnen spelen bij een achteruitgang in het functioneren van sommige ouderen.

 

Over mij

lindag

Op dit moment ben ik werkzaam als postdoctoraal onderzoeker bij het Donders Instituut voor Brein, Cognitie en Gedrag. Mijn onderzoek wordt gefinancierd door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). Hiervoor werkte ik als postdoctoraal onderzoeker bij het Cambridge Centre for Ageing and Neuroscience.  Mijn promotieonderzoek heb ik gedaan aan de afdeling experimentele psychologie aan de Rijksuniversiteit Groningen.